Mezel

'Ik bleef staan om het uitzicht te bewonderen, het leek een perfect geschilderd plaatje uit een oud boek.'

Lida, dag 8

Tijdens mijn doorreis heb ik vele verhalen gehoord over Mezel, de stad van gelukszoekers en handelaars. Mezel ligt naast een groot meer dat ik bij aankomst hoopvol zag glinsteren in het zonlicht, ik hoorde het geschreeuw en gejoel van marktkooplui, en zag hoe de imposante houten huizen de randen van de stad versierden. Ik bleef staan om het uitzicht te bewonderen, het leek een perfect geschilderd plaatje uit een oud boek.
Maar deze grensstad, de doorgang tussen buurland Babrius en Lida, is lang niet zo idyllisch als ze lijkt.

Handelslieden en smokkelaars uit alle ranken hebben zich hier verschanst. Er zijn bordelen en grimmige cafés. De rijken pronken met hun bezittingen, terwijl er wordt gebedeld naast hun huizen.

Illegale producten, van alcohol tot drugs tot zeer twijfelachtige lustopwekkende middelen worden hier te koop aangeboden: ja, een oneindig scala aan producten uit welk land dan ook…
Nu zou ik kunnen zeggen dat ik deze stad bezocht om de uiteenlopende bevolking, om de kenmerkende huizen of de aangrenzende bergtoppen te bewonderen, maar in wezen was het zo: reizen maakt een mens moe, en ik kon best een stevige borrel gebruiken.

Erg ver ben ik niet gekomen. Nog geen tien stappen had ik in deze stad gezet of ik werd tegen de muur gedrukt, er werd een mes onder mijn neus geschoven en mijn jas werd me afgedaan. En toen ik op de volgende straathoek (rillend van de kou) een nieuwe wilde kopen, zag ik hoe mijn eigen jas door een breed grijnzende winkelier voor driedubbel zijn waarde te koop werd aangeboden.