Het Onafhankelijk­heids­plein

'De natuur bekommert zich niet om ons mensen.'

Lida, dag 43

De natuur bekommert zich niet om ons mensen.
Ongeacht de slachtingen, het verraad of het verdriet dat ergens heeft plaatsgevonden; de klimop begint gewoon weer met klimmen, het onkruid kruipt terug naar de oppervlakte en het gras groeit zonder zorgen door. De geschiedenis van de mensheid vindt zijn plek in dat wat de natuur voor ons heeft overgehouden: stenen beelden, delen van een muur, de herinneringen die we doorgeven aan elkaar.

Ik sta op het Onafhankelijkheidsplein in Lida, het epicentrum van de Revolutie. Ik zie een groot en schoon plein omringt door geurige bloemen en bewandeld door honderden mensen. Een plein waar tientallen kraampjes streekproducten verkopen, waar kinderen lachend spelen en waar een aangename wind door mijn weinige haren waait. Ooit werd dit plein ‘het Centrale Plein’ genoemd, ‘het Marktplein’, ‘het Plein der Republiek’, afhankelijk van wie er op dat moment regeerde. En wijlen koning Pins doopte het tot het Onafhankelijkheidsplein.

Hier rolde nog niet zo lang geleden het hoofd van koning Pins over het plaveisel, en werden de slachtoffers op elkaar gestapeld, tot één lugubere piramide van lijken. Nu, twee maand later is daar niets meer van te zien. Alleen het metershoge beeld van koning Pins, onrealistisch knap en steigerend op een paard doet nog denken aan het verleden.
Mijn blik glijdt over de pilaar van onder naar boven, want net zoals wanneer je een boom doorzaagt en de ringen zijn leeftijd aangeven, bestaat de pilaar uit lagen van oudheid: onderaan grijs, donker en verweerd; en met iedere paar meter omhoog witter, lichter en smettelozer. Binnenkort zal het beeld verwijderd worden en een nieuwere worden geplaatst. Een wittere ring.

De klimop zal het niet uitmaken.