De Grootste Plek van de Dingen

'Het gebouw heeft een simpele architectuur, bijna somber, en lijkt in het echt nog veel groter dan op het plaatje in mijn gids.'

Lida, dag 1

Ik ben er.

Mijn reisgids is opengeslagen op bladzijde 14, hoofdstuk ‘De Grootste Plek van De Dingen’. De Dingen: één van de oudste religies die er bestaan. De Dingen komen in alle soorten en maten, dus niemand weet hoe veel het er zijn of hoe ze er uit zien. Maar is dat niet altijd zo? Ik heb op mijn reizen de meest gekke vormen van geloof meegemaakt en zelden begrepen hoe of waarom ze werden aanbeden. Ik kan me wel voorstellen dat Lida, sinds de Revolutie, behoefte moet hebben aan iets om te geloven. Iets van zingeving na alle onrust en pijn.

 

Terwijl ik dit schrijf zit ik op een koud stenen bankje, met uitzicht op het enorme gebouw waar de kern van dit geloof zich bevindt. Volgens de reisgids zijn er over heel Lida plekken om De Dingen te aanbidden, maar dit is de grootste en belangrijkste. Het gebouw heeft een simpele architectuur, bijna somber, en lijkt in het echt nog veel groter dan op het plaatje in mijn gids. Het plein (om het gebouw) is drukker dan ik had verwacht, ik zie ouders met kinderen van alle leeftijden; pubers met rode pukkels op hun gezichten die onopvallend meisjes van achteren bekijken en elkaar grinnikend aanstoten; grootouders die gearmd over het plein, moe en traag richting het gebedshuis lopen; jonge stelletjes die verlegen hand in hand de poort betreden, voorzichtig om elkaar niet los te laten, maar ook nerveus om zich heen kijkend.

En dan heb je mij nog: een beetje een vreemde vogel tussen al deze mensen. Mijn kleren zijn frisser, mijn huidskleur is donkerder, mijn blik minder wantrouwig. Ik ben simpelweg op reis, denk ik, maar voel me alsnog niet op mijn gemak. Alsof dit land me schoorvoetend heeft binnengelaten.